Een oranje dubbeldekker door Amerika laten rijden klinkt misschien simpel: sleutel omdraaien, vlag erop, muziek aan en gaan. Maar zo werkt het dus niet. Voordat de Brabantse Oranjebus door Amerikaanse steden kon toeren, moest er achter de schermen een flinke logistieke en administratieve operatie worden opgetuigd. Oftewel: de bus ging niet alleen de oceaan over, er ging ook een halve papierwinkel mee.
De iconische Engelse dubbeldekker uit 1980 is inmiddels een vertrouwd gezicht bij eindtoernooien van het Nederlands elftal. Sinds het EK van 2004 in Portugal rijdt de bus voor de Oranje-supporters uit. Waar de bus verschijnt, ontstaat vanzelf een stoet zingende fans, vlaggen, muziek en oranje gekte. Na avonturen in onder meer Zuid-Afrika en Brazilië is de bus nu aangekomen in de Verenigde Staten.
De eerste stop zat er inmiddels op in Dallas/Arlington, waar de Oranjebus rondreed bij Nederland-Japan. Daarna volgen onder meer Houston en Kansas City. Wie goed naar de beelden kijkt, ziet meteen iets opvallends: de bus rijdt daar niet met de bekende Nederlandse gele kentekenplaten, maar met een lokaal kenteken uit Texas. Zelfs de Oranjebus moest dus een beetje veramerikaniseren.
Van Chaam naar Texas
De reis van de Oranjebus begon in april in het Brabantse Chaam. Vanaf daar reed vaste chauffeur Frans Peeters de bus naar de haven van Zeebrugge. Vervolgens werd het voertuig per vrachtschip over de Atlantische Oceaan gebracht naar Galveston in Texas.
Alleen al het verschepen van zo’n 46 jaar oude dubbeldekker is geen standaard klus. Dit is geen pakketje dat je even met track & trace volgt. De bus moest schoon worden aangeleverd, de inboedel moest worden gecontroleerd en vastgelegd, en voor de Amerikaanse douane moest precies duidelijk zijn wat er allemaal mee het land in kwam.
Niet alleen de bus zelf, maar ook onderdelen, materialen en spullen aan boord moesten administratief kloppen. Daarmee was de oversteek dus veel meer dan een transportklus. Het was een combinatie van logistiek, douaneregels en voorbereiding tot in de details. De Oranjegekte mag dan spontaan lijken, maar de route ernaartoe was dat zeker niet.
Papierwerk, verzekeringen en een Texaans kenteken
Eenmaal in Amerika begon het regelwerk pas echt. Een oude open dubbeldekker zomaar door grote steden laten rijden, zeker tijdens drukbezochte supportersparades, kan natuurlijk niet zonder de juiste papieren.
Voor zo’n opvallend voertuig spelen verzekeringen en aansprakelijkheid een grote rol. Wat gebeurt er bij schade? Wie is verantwoordelijk? En onder welke regels mag zo’n bus eigenlijk de openbare weg op? Dat zijn vragen die vooraf duidelijk beantwoord moeten worden.
Daarom rijdt de Oranjebus in Amerika met lokale voertuigpapieren uit Texas. Voor Amerikaanse agenten, verzekeraars en instanties is het voertuig daardoor herkenbaarder als bus met lokale registratie. Dat verkleint de kans op problemen bij controles of onverwachte situaties onderweg.
Welke exacte vergunning of tijdelijke registratie hiervoor is gebruikt, is niet bekendgemaakt. Maar duidelijk is wel dat er achter dat ene Texaanse kenteken een flinke papierwinkel schuilgaat.
Ook technisch moest de bus worden aangepast
Naast de administratie moest er ook technisch het nodige gebeuren. In Amerika werkt het stroomnet anders dan in Europa: 110 volt in plaats van 220 volt. Dat betekende dat systemen aan boord moesten worden aangepast.
Dat klinkt misschien als een detail, maar bij de Oranjebus is stroom geen bijzaak. De bus is namelijk niet zomaar vervoer, maar een rijdend fanobject. Er is muziek, er zijn koelingen en alles moet blijven werken tijdens lange dagen in de Amerikaanse hitte. Zeker onder de Texaanse zon is het geen overbodige luxe dat de drank koud blijft.
Ook voor de zichtbaarheid werd aan de bus gewerkt. Op het dak kwam een extra markering, zodat de dubbeldekker goed te herkennen is vanuit helikopters en cameradrones. De Oranjebus is dus niet alleen op straat een blikvanger, maar ook vanuit de lucht.
Niet zomaar achter het stuur
Ook het rijden zelf is ingewikkelder dan het lijkt. In de Verenigde Staten gelden strenge regels voor zware voertuigen en bussen. Een buitenlandse chauffeur kan daar niet altijd zomaar met een groot voertuig de weg op, zeker niet als het gaat om een afwijkende, oude dubbeldekker.
Daarbij helpt waarschijnlijk dat de Oranjebus niet wordt gebruikt als gewone pendelbus. De duizenden supporters worden niet vervoerd, maar lopen juist achter de bus aan. Aan boord is slechts plek voor een kleine groep, zoals familieleden en media.
Voor lange afstanden wordt bovendien niet alles met de bus zelf gereden. Als Oranje ver komt in het toernooi, kunnen de afstanden in Amerika enorm oplopen. Daarom wordt de dubbeldekker voor de grote etappes op een dieplader gezet. Zo hoeft de oude bus niet duizenden kilometers zelf af te leggen en blijft hij gespaard voor de momenten waarop hij echt moet schitteren: in de supportersstoet.
Een stukje Brabant op Amerikaanse wegen
Voor de fans is de Oranjebus vooral een feestelijk symbool. Een rijdend middelpunt van de Oranjegekte, waar muziek, sfeer en voetbal samenkomen. Maar achter dat vrolijke uiterlijk schuilt een serieus project.
Van Chaam naar Texas is geen gewoon ritje. Het is een operatie met vrachtschepen, douaneformulieren, verzekeringen, technische aanpassingen, lokale kentekens en heel veel regelwerk.
En juist dat maakt het verhaal extra mooi. Want ondanks alle papierwerk, controles en kilometers rijdt er tijdens het WK toch gewoon een stukje Brabant door Amerika. Voorop in de stoet, met de Oranjefans erachteraan. De Oranjebus bewijst daarmee dat je met genoeg voorbereiding, doorzettingsvermogen en een flinke dosis Brabantse gezelligheid zelfs aan de andere kant van de oceaan de Oranjegekte op gang krijgt.
