210117_PM2_2021_WEB
z 2021 - nummer 2 - www.promz.nl 55 De kracht van de familie 9 meer dan 100 procent passie voor het bedrijf. De inzet is evenre- dig”, zegt ze. “Al kan het ook pittig zijn. Mijn broer en ik konden elkaar zeker in het begin nog wel eens op de huid zitten. In discussies handelden we vanuit onze broer-zusrelatie. Dat durf je vanwege de levenslange band. Voordeel is dat het daardoor ook snel uit de lucht is waar het bij ‘gewone’ collega’s misschien langer blijft sluimeren.” Flexibiliteit Aan de kant van de toeleveranciers in de branche, de suppli- ers, zijn er natuurlijk ook familiebedrijven te vinden. Tiflo uit Ulvenhout is een voorbeeld. Vader Flip van Haagen bedacht de naam voor de uit 2001 stammende onderneming, waarbij de Ti staat voor Timo en de Flo voor Floris. Inderdaad: zijn beide zonen. Toch sprak daaruit maar gedeeltelijk een vooruitziende blik. Floris werkt inmiddels eveneens fulltime in de zaak, maar broer Timo niet. Hij bewandelt een ander pad en doet online marketing. Al komt ook dat vast nog wel eens van pas in het bedrijf, zegt Floris van Haagen met een lach. De samenwerking met zijn ouders bevalt hem prima. Elkaar door en door kennen heeft veel voordelen. Zo is het makkelijker om de ander ergens op aan te spreken. Daarnaast is de flexibiliteit volgens hem een absoluut pluspunt. “Ik vind het geen enkel pro- bleem om nog even overleg te hebben over een collectie of een model als ik sta te koken. Net zoals mijn ouders het niet vervelend vinden als ik met het openklappen van de laptop ’s avonds nog even bel met een vraag. We hebben allemaal hetzelfde doel en dat is typerend voor familiebedrijven, denk ik. Ze zijn vaak heel toekomstgericht met een streven naar stabiele groei. Zelf ben ik ook bezig met later. Ik wil het bedrijf overnemen en profiteer Isabel Peters dan natuurlijk van alle energie die ik er nu insteek. Al doe ik dat absoluut ook voor mijn ouders. Ik wil dat ze trots zijn en dat wat zij ooit zijn begonnen succesvol wordt voortgezet.” Leren van de familie Hoewel DNA en sommige waarden niet direct zijn aan te leren, kan er wel lering worden getrokken uit succesvolle familiebe- drijven. Uit hun tomeloze inzet bijvoorbeeld, zoals Isabel Peters aangeeft. Op de werkvloer worden vaak kosten noch moeite gespaard om de klant blij te maken, geeft ze aan, al schuilt daarin meteen een risico. “De extra stap die je altijd geneigd bent te zetten is er wel eens één te veel. Ik denk dat familiebedrijven bovendien sneller zijn geneigd financieel meer te investeren dan soms daadwerkelijk gezond is. Maar de drive is ook een sterk punt.” Inzet hangt samen met de passie voor de eigen producten en diensten waarop familiebedrijven vaak patent hebben volgens Floris van Haagen: “Het is natuurlijk ontzettend helpend als de mensen op de werkvloer niet moeten, maar wíllen presteren. Als er betrokkenheid is en doorzettingsvermogen. Ook een langeter- mijnvisie is aan te raden.” Auteur Kees van den Hombergh raadt het niet-familiebedrijven ook aan om de horizon zo nu en dan eens te verleggen. Niet altijd gaan voor het snelle geld, merkt hij op. “Familiebedrijven hebben de focus meestal ook niet op de centen, maar op het proces. Geld is bij hen veel eerder een middel om het bedrijf voort te stuwen dan een doel op zich. Ten slotte is het slim om daarnaast meer te ondernemen op basis van vertrouwen. Dus: niet álles maar con- tractueel willen dichttimmeren. Veel families weten dat ook dát bijdraagt aan het realiseren van betere en langdurigere relaties.” FOTO: De Kiekjesfabriek
RkJQdWJsaXNoZXIy NDcxNDY5