Workwear is vandaag de dag overal. Op de bouwplaats, in het magazijn, op straat én op de catwalk. Wat ooit begon als eenvoudige bescherming voor arbeiders, groeide uit tot een herkenbare stijl die symbool staat voor authenticiteit, duurzaamheid en vakmanschap. De geschiedenis van workwear laat zien hoe kleding meebeweegt met maatschappelijke veranderingen, technologische vooruitgang en culturele stromingen.
De oorsprong van workwear
De basis van workwear werd gelegd in de 19e eeuw, tijdens de industriële revolutie. In Europa en de Verenigde Staten verlieten grote groepen mensen het platteland om te werken in fabrieken, mijnen, havens en op het spoor. Die nieuwe, vaak zware werkomstandigheden vroegen om kleding die bescherming bood tegen vuil, kou, hitte en slijtage.
Stevige materialen als denim, canvas, wol en leer werden de norm. Overalls, dikke werkbroeken, leren schorten en robuuste jassen domineerden het straatbeeld van industriesteden. In Groot-Brittannië droegen arbeiders platte petten, corduroy broeken en donkey jackets, vaak voorzien van leren schouderstukken om slijtage door gereedschap te beperken. Kraagloze overhemden moesten voorkomen dat kleding in machines verstrikt raakte.
Uniformen
Tegen het einde van de 19e eeuw kreeg workwear ook een sociale functie. Overheden introduceerden uniforme kleding voor politie, spoorwegen, brandweer en andere staatsdiensten. Uniformen stonden symbool voor gezag, orde en betrouwbaarheid in een snel veranderende samenleving.
Ook in de industrie ontstond meer standaardisatie. Bedrijven kleedden hun werknemers steeds vaker in herkenbare outfits, waardoor werkkleding onderdeel werd van beroepsidentiteit. Je zag aan iemands kleding wat hij deed, en voor wie hij werkte.
De 20e eeuw
In de eerste helft van de 20e eeuw verschoof de focus naar arbeidsveiligheid en comfort. Wetgeving, vakbonden en technologische vooruitgang zorgden ervoor dat werkkleding steeds beter werd afgestemd op specifieke taken en risico’s.
Denim groeide uit tot hét materiaal voor industriële arbeid: sterk, flexibel en duurzaam. In deze periode werd de spijkerbroek definitief verankerd als workwear-icoon. Later ontstond het begrip Personal Protective Equipment (PPE), waaronder beschermende kleding, veiligheidsschoenen, helmen en reflecterende materialen vallen.
Van werkvloer naar straat (jaren 70 & 80)
In de jaren 70 en 80 vond een opvallende verschuiving plaats. Workwear verliet de fabriek en vond zijn weg naar de straat. Subculturen zoals skaters, hiphopartiesten en punkers omarmden werkkleding vanwege de duurzaamheid, betaalbaarheid en rauwe uitstraling.
Merken als Carhartt, Dickies en Levi’s werden populair, niet omdat ze modieus waren bedoeld, maar omdat ze tegen een stootje konden. Workwear werd een symbool van rebellie, onafhankelijkheid.
Wanneer mode workwear ontdekt
Modeontwerpers zagen de kracht van deze tijdloze uitstraling. Vanaf de jaren 90 begonnen workwear-elementen hun weg te vinden naar high fashion en streetwear. Klassieke items zoals chore coats, denim jackets, cargobroeken en work boots werden op een nieuwe manier gebruikt.
Scandinavië
In Scandinavië kreeg workwear een extra laag. Niet alleen robuust, maar ook slimmer ontworpen. Zweedse en Noorse merken legden de lat hoger met nieuwe stoffen, praktische details en vooral: comfort tijdens lange werkdagen. En nog later groeide Scandinavië uit tot een aanjager van duurzame workwear.
Fristads – 100 jaar workwear
In 1925 richtte John Magnuson Fristads op in het Zweedse Fristad, op een moment dat werkkleding in Zweden nauwelijks verkrijgbaar was, terwijl de industrialisatie juist in volle gang was. Magnuson zag kansen in een nog nauwelijks ontwikkelde markt en keek daarbij nadrukkelijk naar de Verenigde Staten, waar workwear al verder ontwikkeld was.
In 1929 behoorde hij tot de eersten die Amerikaanse denim jeans en werkkleding naar Zweden importeerde. Die importpoging bleek commercieel geen blijvend succes, maar legde wel de basis voor iets groters. Magnuson besloot de kleding zelf te gaan produceren. Daarmee werd Fristads het eerste Zweedse bedrijf dat jeans maakte en één van de eersten met een compleet workwear-assortiment, van broeken en overalls tot blouses en jassen.
In de jaren 40 ontwikkelde Fristads het extreem slijtvaste FAS®-katoen, speciaal ontworpen voor zwaar werk. Ook decennia later bleef het merk vooroplopen: in 2019 introduceerde Fristads als eerste ter wereld een Environmental Product Declaration (EPD) voor kleding, waarmee de milieu-impact van een kledingstuk meetbaar wordt gemaakt over de hele keten
Helly Hansen
Het Noorse Helly Hansen, opgericht in 1877, zeelieden hadden kleding nodig die hen écht droog en warm hield tijdens lange dagen op zee. In het ruige Noord-Atlantische klimaat waren regen, wind en kou geen bijzaak, maar dagelijkse realiteit. Oprichter Helly Juell Hansen (zelf kapitein) en zijn vrouw begonnen daarom met het maken van beschermende zeilkleding die beter presteerde dan de zware, natte wollen kleding van die tijd.
Hun doorbraak kwam met het gebruik van linnen doordrenkt met olie (een vroege vorm van “waterdicht maken”), waardoor jassen en broeken veel beter bestand waren tegen regen en opspattend zeewater. Dit type kleding werd al snel populair bij vissers en zeelieden langs de Noorse kust, omdat het verschil maakte tussen doorwerken of onderkoeld raken.
Die kennis van weerbestendige bescherming vormde de basis voor alles wat daarna kwam. Helly Hansen bleef materialen en technieken verbeteren: kleding moest niet alleen waterdicht zijn, maar ook winddicht, slijtvast en geschikt om in te bewegen tijdens zwaar werk. Daardoor werd het merk uiteindelijk ook interessant voor andere sectoren, zoals havenarbeid, bouw, industrie en later ook outdoor en professionele werkomgevingen.
Workwear van vandaag
Moderne workwear is het resultaat van meer dan een eeuw ontwikkeling. Het draait niet alleen om bescherming, maar om een slimme mix van veiligheid, comfort en uitstraling. Kleding wordt ontworpen voor specifieke werkzaamheden, met betere pasvormen, meer bewegingsvrijheid en materialen die beter presteren in verschillende omstandigheden (zoals stretch, slijtvastheid en ademend vermogen).
In veel sectoren is workwear bovendien onderdeel van het veiligheidsbeleid, met hoge zichtbaarheid en duidelijke normen. Tegelijk is het ook een visitekaartje geworden: bedrijven gebruiken werkkleding voor herkenbaarheid en professionaliteit, vaak in eigen kleuren en met logo’s. En steeds meer merken zetten in op langere levensduur, gerecyclede materialen en circulaire oplossingen.
De geschiedenis beleven?
Wie de geschiedenis van workwear écht wil ervaren, kan terecht in Zweden. In samenwerking met het Textile Museum of Sweden presenteerde Fristads de tentoonstelling Legends of Workwear. Hier wordt 100 jaar workwear belicht: van bescherming en vakmanschap tot innovatie en duurzaamheid.
