2025 NUMMER 7 WWW.PROMZ.NL 33 FINN SÖLNER OVER ONDERNEMEN, ONDERSCHEID EN ZIJN AMBITIES MET TRUST & TAILOR maar klanten kunnen evengoed gewoon mailen of bellen. “Sommige klanten willen zonder gezeur online bestellen, terwijl anderen willen dat ik langskom. Ik wil beide groepen kunnen bedienen. Dat zie ik als de toekomst: hybride service.” Klanten die begrijpen wat waarde is Zijn ideale klant? “Een bedrijf dat inziet dat kleding onderdeel is van het visitekaartje. Dat begrijpt dat kwaliteit, pasvorm en uitstraling invloed hebben op hoe medewerkers zich voelen en presenteren.” Daarom richt Finn zich liever op bedrijven met 25 tot 100 dragers dan op massaprojecten. “Ik wil met de beslisser aan tafel zitten. Mijn onderscheidende vermogen is niet prijs, maar service, kennis en kwaliteit. Klanten die dat snappen, zijn mijn ideale klant.” Hij noemt een voorbeeld uit de elektrotechniek. “Sommige bedrijven kiezen nog steeds polyester kleding, omdat dit goedkoper is. Maar polyester is statisch en smelt bij hitte — levensgevaarlijk. Dan zeg ik gewoon: dat doe ik niet. Wij werken niet voor bedrijven die concessies doen aan iemands veiligheid voor een paar euro minder.” Duurzaamheid: van modewoord naar mindset Met een achtergrond bij EcoWear komt duurzaamheid vanzelf ter sprake. “Het is een containerbegrip geworden,” zegt Finn. “Iedereen roept het, maar weinig mensen kijken naar de inhoud.” Hij heeft de greenwashing van dichtbij meegemaakt. “We spraken een leverancier die vertelde dat hun gerecyclede polyester van petflessen kwam — maar die petflessen wel zelf maakte, puur om te kunnen zeggen dat het gerecycled was.” Daarom kijkt Trust & Tailor verder dan alleen het materiaal. “Duurzaamheid zit in levensduur. Een T-shirt van biologisch katoen dat na drie maanden kapot is, is minder duurzaam dan een niet-biologisch T-shirt dat vijf jaar meegaat.” Daarnaast biedt Trust & Tailor ook de mogelijkheid om ‘afgedragen’ textiel in te zamelen. Dan wordt gekeken of het gerepareerd, upcycled of recycled kan worden. “Wij proberen de kleding altijd eerst te repareren. Lukt dit niet, dan wordt de kleding up- of recycled. Dit doen wij samen met onder andere Sympany, die de kleding verwerkt tot pulp dat weer wordt gebruikt voor de automotive- of meubelindustrie.” vol. Dan haakt het MKB af. Ik geloof in duurzaamheid, maar het moet wél uitvoerbaar blijven.” Jong, bevlogen en eigenwijs Ondanks zijn jonge leeftijd runt Finn zijn bedrijf alsof hij al jaren meedraait. Hij heeft zijn eerste omzetdoel bijna gehaald. “Of ik er veel aan verdien weet ik nog niet,” lacht hij, “maar ik ben trots dat het loopt. Vanaf volgend jaar hoop ik mezelf een beetje salaris uit te keren.” Daarnaast werkt hij aan een klantportaal-app waarmee bedrijven eenvoudig kunnen nabestellen. “Iedere klant krijgt zijn eigen omgeving met producten en prijzen. Even op de telefoon klikken en de order is geplaatst. Simpel, snel en servicegericht.” Vertrouwen als fundament De naam Trust & Tailor blijkt meer dan een slimme vondst: het is een filosofie. “Zonder vertrouwen kun je niet bouwen,” zegt Finn. “Dat geldt voor klanten, leveranciers, maar eigenlijk voor iedereen. Ik wil dat mensen weten: als ze iets bij mij neerleggen, wordt het geregeld. En als er iets misgaat, dan los ik het op. Dat is wat ondernemen voor mij betekent.” Hij neemt een slok koffie, kijkt even voor zich uit en besluit: “Er zijn veel bedrijven die flink vernieuwen — soms iets te. Zo’n vernieuwing kan ook een generatie (of twee) uitsluiten. De andere kant is ook waar: bedrijven met een heel grijs beleid, die weigeren te innoveren, krijgen de nieuwe generatie ook niet mee. Ik ben ervan overtuigd dat het antwoord in het midden ligt en dat er vooral gekeken moet worden naar de klant. Waar hebben zij behoefte aan? En daarin meebewegen. Kleding is emotie — een onderdeel van je identiteit. Wat mij betreft verdient dat meer dan een klik op ‘bestel nu’.” UPV en realisme Finn volgt de ontwikkelingen rond de Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid (UPV) op de voet. “Er is nog veel onduidelijk. Leveranciers rekenen soms een paar cent door als afvalbijdrage, maar een sluitend systeem ontbreekt. En logistiek is het bijna niet te doen. Als de overheid dit echt goed wil regelen, moet ze meewerken aan een nationaal inzamel- en verwerkingssysteem. Bedrijven kunnen dat niet alleen.” Zijn toon is kritisch maar constructief. “Nederland doet veel, maar we slaan soms door. Regels veranderen te snel, subsidies verdwijnen, netcapaciteit zit “WIJ WERKEN NIET VOOR BEDRIJVEN DIE CONCESSIES DOEN AAN IEMANDS VEILIGHEID VOOR EEN PAAR EURO MINDER.”
RkJQdWJsaXNoZXIy NDcxNDY5